Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4:1:1:3

Vaste werktijden

Onderdeel van CAR/UWO

De aanvangstijd van de werkzaamheden dient te worden bepaald op 7.30 uur, 7.45 uur, 8.00 uur, 8.15 uur, 8.30 uur, 8.45 uur of 9.00 uur. De tijd waarop de werkzaamheden kunnen worden beëindigd, dient met inachtneming van de afspraken in het kader van de arbeidsduurverkorting te liggen tussen 7,2 uren en 9 uren na aanvang van de werkzaamheden, vermeerderd met de duur van de lunchpauze. Werktijdvermindering voor medewerkers van zestig jaar en ouder De werknemer in de leeftijd van zestig jaar of ouder met een aanstelling van 36 uur per week en een arbeidsduur van tenminste 7,2 uur per dag (exclusief pauze), kan het college één maand voorafgaand aan de ingangsdatum, verzoeken de tijd waarop de werkzaamheden kunnen worden beëindigd met een half uur te verminderen; In het in lid a genoemde verzoek geeft de werknemer aan of de werktijd per dag een half uur eerder beëindigd wordt, een half uur later gestart wordt, of de middagpauze met een half uur verlengd wordt; De in het lid a genoemde werknemer die volgens een rooster werkt, geeft het verzoek tot werktijdverkorting zo mogelijk voorafgaand aan de vaststelling van een volgend rooster aan; Het college honoreert het verzoek, tenzij dit op grond van zwaarwegende dienstbelangen niet van het bevoegd gezag verwacht mag worden; De in lid a genoemde werktijdvermindering kan niet worden opgespaard; De werknemer die gebruik maakt van de werktijdvermindering genoemd in lid a: kan geen gebruik maken van de mogelijkheid om compensatieverlof op te bouwen; maakt geen gebruik van (overgangs)regeling FPU Gemeenten of het ABP-Keuzepensioen; heeft verklaard geen bezoldigde nevenfunctie te vervullen waarmee de totale omvang van door de medewerker te vervullen functies groter is dan 36 uur per week. Aan de werknemer die gebruik maakt van de werktijdvermindering genoemd in lid a kan geen overwerk (als bedoeld in artikel 3:2) worden opgedragen; Voor de werknemer van wie het verzoek tot werktijdverkorting gehonoreerd wordt, blijft de formele arbeidsduur gesteld op 36 uur per week. Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op de medewerker van wie het verzoek als bedoeld in artikel 5:1 is gehonoreerd en waarvan de ingangsdatum van de vermindering van de seniorenarbeidsduur ligt vóór 1 april 1996.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel