1.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen
bestuur en het dagelijks bestuur.
2.De voorzitter tekent de stukken, die van het algemeen bestuur en van het dagelijks
bestuur uitgaan.
3.In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het dagelijks bestuur besluiten de ondertekening van de stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan op te dragen aan een ander lid van dit bestuur, aan een lid van de directie, of aan een andere ambtenaar
van het samenwerkingsverband.
De voorzitter vertegenwoordigt het samenwerkingsverband in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.
De plaatsvervangend voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen.
HOOFDSTUK 5
Artikel 16