1.Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of
tenminste twee leden van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk, onder opgave van
de te behandelen onderwerpen verzoeken, in welk laatste geval de vergadering
binnen twee weken plaatsvindt.
2.De artikelen 54, 56, 58 en 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
toepassing.
Over personen wordt schriftelijk, over zaken mondeling gestemd.
Ieder aanwezig lid brengt één stem uit.
Het dagelijks bestuur kan een of meer van zijn leden machtigen tot uitoefening van
een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid
steunt zich daartegen verzet.
HOOFDSTUK 4
Artikel 15