Het college stelt een concept-plaatsingsplan op met een overzicht van de voorgenomen plaatsingen en eventuele om-, her- en bijscholingsadviezen en andere adviezen ten aanzien van de betrokken medewerkers.
Bij het opstellen van het concept-plaatsingsplan als bedoeld in het eerste lid kan het college besluiten tot een proefplaatsing van een medewerker in de gewijzigde organisatie.
De medewerker die niet in een uitwisselbare, passende of geschikte functie kan worden geplaatst, wordt boventallig verklaard.
Het college informeert de betrokken medewerker schriftelijk over de voorgenomen (proef-) plaatsing in de gewijzigde organisatie, respectievelijk over het voornemen de medewerker boventallig te verklaren. Het voorgenomen besluit vermeldt in ieder geval de ingangsdatum van de plaatsing, de functie en de waardering daarvan en de plaats van de functie in de gewijzigde organisatie. Indien sprake is van een proefplaatsing vermeldt het voorgenomen besluit tevens de duur van de proefplaatsing en de voorwaarden voor definitieve plaatsing.
Het college stelt de betrokken medewerkers in de gelegenheid mondeling of schriftelijk binnen drie weken na bekendmaking hun bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het voorgenomen besluit zoals bedoeld in het derde lid.
Indien een plaatsingsadviescommissie wordt ingesteld, adviseert de commissie het college over de ingediende bedenkingen. De commissie hoort de medewerker die de wens hiertoe kenbaar heeft gemaakt. Van het horen wordt een beknopt verslag gemaakt waarvan de medewerker een afschrift ontvangt.
Artikel 4:5 Concept-plaatsingsplan
Artikel 4:5 Concept-plaatsingsplan
Onderdeel van Sociaal Statuut Gemeente Alphen aan den Rijn