Eventuele functie gebonden toelages en vergoedingen worden afgebouwd volgens de daarvoor geldende regels.
Indien een medewerker wordt geplaatst in een functie binnen de gemeentelijke organisatie waarvan de waardering één schaal lager is dan de oorspronkelijke functie, behoudt de medewerker recht op het salaris en het salarisperspectief behorende bij de oorspronkelijke functie.
Indien een medewerker wordt geplaatst in een functie binnen de gemeentelijke organisatie waarvan de waardering twee of meer schalen lager is dan de oorspronkelijke functie, vindt een verlaging van het salaris plaats.
De verlaging van het salaris als bedoeld in het derde lid betreft ten hoogste een teruggang in salaris van één salarisschaal.
De verlaging van het salaris als bedoeld in het derde lid vindt niet eerder plaats dan na twee jaar na plaatsing in een functie waarvan de waardering twee of meer schalen lager is en nadat aan de medewerker minimaal één passende functie is aangeboden waarvan de waardering maximaal één schaal lager is dan de waardering van zijn oorspronkelijke functie.
Indien het oorspronkelijke salaris van een medewerker bepaald is op het maximum van de salarisschaal, wordt het salaris in drie jaar afgebouwd naar het maximumsalaris van de naast lager gelegen salarisschaal.
Indien een medewerker op moment van plaatsing een salaris ontvangt dat lager is dan het maximum van de salarisschaal, wordt het salaris vastgesteld op het bedrag in de naast lagere salarisschaal dat onmiddellijk boven het oorspronkelijke salaris van de medewerker ligt. Periodieke verhoging van het salaris vindt vervolgens plaats volgens de daarvoor geldende regels tot het maximum van de nieuwe salarisschaal.
Artikel 4:7
Afbouw van salaris, toelages en vergoedingen
Onderdeel van Sociaal Statuut Gemeente Alphen aan den Rijn