De maatregel, bedoeld in artikel 12, wordt toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en de volgende twee maanden als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
Bij een maatregel als bedoeld in artikel 12, onderdeel a, kan de maatregel worden toegepast over twee maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de daaropvolgende maand de helft van de maatregel wordt toebedeeld.
Bij een maatregel als bedoeld in artikel 12, onderdeel b, kan de maatregel worden toegepast over drie maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de twee daaropvolgende maanden een derde van de maatregel wordt toebedeeld.
Als sprake is van een maatregel op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Participatiewet, vindt geen verrekening als bedoeld in het eerste lid plaats.
HOOFDSTUK 3
Artikel 13
Verrekenen maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2017