Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 14

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2017

Onder tekortschietend besef wordt in ieder geval mede begrepen het op onverantwoorde wijze besteden van vermogen, inbegrepen het doen van een schenking voorafgaand aan de uitkeringsverlening, voor zover het beroep op uitkeringsverlening redelijkerwijs was te voorzien. Tevens valt hieronder het verwijtbaar geen beroep kunnen doen of hebben gedaan op een voorliggende voorziening, voor zover er geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 17 van deze verordening. Een verlaging wegens tekortschietend besef wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. De maatregel als bedoeld in lid 2 bedraagt 50% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm gedurende 1 maand, in het geval het benadelingbedrag lager is dan € 500,--. De maatregel als bedoeld in lid 2 bedraagt 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm gedurende 1 maand, in het geval het benadelingbedrag ligt tussen de € 500,-- en € 1.500,--. De maatregel als bedoeld in lid 2 bedraagt 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm gedurende 2 maanden, in het geval het benadelingbedrag ligt tussen de € 1.500,-- en € 10.000,--. De maatregel als bedoeld in lid 2 bedraagt 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm gedurende 3 maanden en 10% van de bijstandsnorm gedurende de daaropvolgende 33 maanden, in het geval het benadelingbedrag ligt tussen de € 10.000,-- en € 25.000,--. De maatregel als bedoeld in lid 2 bedraagt 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm gedurende 3 maanden en 20% van de bijstandsnorm gedurende de daaropvolgende 33 maanden, in het geval het benadelingbedrag € 25.000,-- of hoger bedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel