Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 25

Reis- en verblijfkosten

Onderdeel van Verordening Voorzieningen Wethouders, Raadsleden, Duoraadsleden en Commissieleden

Aan het lid van een commissie, dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd, worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft: a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten, die blijkens overlegde bewijsstukken zijn gemaakt; b. bij gebruik van een eigen personenauto: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b van de Regeling rechtspositie wethouders. Aan het in het eerste lid bedoelde lid van de commissie worden vergoed de noodzakelijk gemaakte verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders tot een maximum van het in de Reisregeling Binnenland, artikel 5 genoemde bedragen. Eén en ander onder overlegging van de gewenste bewijsstukken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel