1.. Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in het ondersteuningsplan zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt vastgesteld dat de jeugdige:

  • - op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; en
  • - geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening, zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, en
  • - geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, zoals bedoeld in artikel 1.