Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 20

Voorbereiden begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Halte werk

1.. Het bestuur stelt de ontwerpbegroting vast. 2.. Het bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij door het bestuur wordt vastgesteld, doch uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3.. De ontwerpbegroting wordt op initiatief van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de ter inzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. De raad beraadslaagt over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 4.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting het bestuur van het samenwerkingsverband van hun zienswijzen doen blijken. Het bestuur reageert gemotiveerd op deze zienswijzen en voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerp-begroting. 5.. Nadat deze is vastgesteld, zendt het bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake gedeputeerde staten van hun zienswijzen kunnen doen blijken. Het bestuur zendt de vastgestelde begroting vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan gedeputeerde staten. 6.. Het bepaalde in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Rechtspraak bij dit artikel