Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18,
vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt
de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende:
één maand, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde
lid, onderdeel b, e, f en g, van de Participatiewet;
twee maanden , bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde
lid, onderdeel a, c, d en h, van de Participatiewet.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Overbetuwe 2017