Het bedrag van de verlaging, bedoeld in artikel 10, wordt
toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en de
volgende twee maanden als bijzondere omstandigheden dit
rechtvaardigen.
Bij een verlaging als bedoeld in artikel 10, onderdeel a, kan de
verlaging worden toegepast over twee maanden waarbij zowel aan
de maand van oplegging als aan de daaropvolgende maand de helft
van de verlaging wordt toebedeeld.
Bij een verlaging als bedoeld in artikel 10, onderdeel b, kan de
verlaging worden toegepast over drie maanden waarbij zowel aan
de maand van oplegging als aan de twee daaropvolgende maanden
een derde van de verlaging wordt toebedeeld.
Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde
lid, onderdeel a, van de Participatiewet, vindt geen verrekening
als bedoeld in het eerste lid plaats.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Verrekenen verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Overbetuwe 2017