Als een belanghebbende een tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft
betoond, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de
Participatiewet, dan wel artikel 41, eerste lid van de Ioaw of
artikel 41, eerste lid van de Ioaz, verlaagt het college de
uitkering. Onder het begrip ‘tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid worden niet begrepen gedragingen als
bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet en de
artikelen 7, 8 en 10 van deze verordening. Onder tekortschietend
besef wordt in ieder geval begrepen het op een onverantwoorde
wijze besteden van vermogen, inbegrepen het doen van een
schenking, voorafgaand of tijdens de bijstandsverlening.
De verlaging bedraagt 100 procent van de uitkering voor de duur
van de periode dat belanghebbende als gevolg van zijn
gedragingen langer recht heeft op een uitkering.
Het college wijzigt de maatregel na drie maanden naar 50 procent
van de uitkering voor de resterende duur van de periode dat
belanghebbende als gevolg van zijn gedragingen langer recht
heeft op een uitkering.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Overbetuwe 2017