Hoofdstuk 1. Beleidsregels planologische afwijkingen (kruimelgevallenbeleid) gemeente Aalsmeer 2015

Paragraaf 1.1. Inleiding en doelstelling

Paragraaf 1.2. Motieven en doelen

Paragraaf 1.3. Beleidsregels in relatie tot planregels

Paragraaf 1.4. Leeswijzer

Hoofdstuk 2.

Paragraaf 2.1. Begrippen

Paragraaf 2.2. Algemene afwegingscriteria

Paragraaf 2.3. Wijze van meten

Hoofdstuk 3. Beleidsregels kruimelgevallen

Paragraaf 3.1. Krachtens artikel 4.1. van bijlage II van de Bor een bijbehorend bouwwerk binnen de bebouwde kom

Paragraaf 3.2. Krachtens artikel 4.2. van bijlage II van de Bor een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m. en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m2

Paragraaf 3.3. Krachtens artikel 4.3. van bijlage II van de Bor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m. en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m2

Paragraaf 3.4. Krachtens artikel 4.4. van bijlage II van de Bor een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw

Paragraaf 3.5. Krachtens artikel 4.5.van bijlage II van de Bor een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m.

Paragraaf 3.6. Krachtens artikel 4.6. van bijlage II van de Bor een installatie bij een glas-tuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998

Paragraaf 3.7. Krachtens artikel 4.7. van bijlage II van de Bor een installatie bij een agra-risch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen

Paragraaf 3.8. Krachtens artikel 4.8. van bijlage II van de Bor het gebruiken van gronden of bouwwerken ten behoeve van evenementen met een maximum van drie per jaar en een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen

Paragraaf 3.9. Krachtens artikel 4.9. van bijlage II van de Bor het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers

Paragraaf 3.10. Krachtens artikel 4.10. van bijlage II van de Bor het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een be-staande woning gestelde eisen; b. de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden; c. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en; d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was.

Hoofdstuk 4.

Paragraaf 4.1. Kruimelgevallen waarvoor geen beleidsregels zijn opgesteld

Hoofdstuk 5.

Paragraaf 5.1. Wanneer afwijken?

Paragraaf 5.2. Bijzondere gevallen/uitzonderingen van het beleid.

Paragraaf 5.3. Inwerkingtreding.

Paragraaf 5.4. Citeertitel.