Het is een ieder, die niet reeds uit anderen hoofde daartoe gehouden is, verboden om zonder daartoe bevoegd te zijn uitgelegde verdelgingsmiddelen of opgestelde vangmiddelen te verwijderen, te verplaatsen of voor hun doel ongeschikt te maken, of enige andere handeling te verrichten, waardoor maatregelen ter voorkoming of beperking van schade, die door ratten en muizen aan eigendommen van personen of aan de gezondheid van personen en/of dieren kan worden berokkend, ongedaan gemaakt of verhinderd worden, dan wel anderszins geheel of gedeeltelijk van hun werking beroofd kunnen worden.