Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Opsporingsambtenaren.

Onderdeel van Ratten- en muizenverordening.

1.. Naast de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, zijn met het opsporen van overtredingen van deze verordening belast de door het bestuursorgaan aangewezen opsporingsambtenaren. 2.. De in het eerste lid bedoelde opsporingsambtenaren zijn, zo dikwijls de zorg voor het nakomen van de bepalingen van deze verordening dit vereist, bevoegd tussen zonsopgang en zonsondergang een onroerende zaak of een schip, ook tegen de wil van de eigenaar, de gebruiker of de gezagvoerder, te betreden en binnen te treden, doch voor zoveel het woningen betreft, overeenkomstig en met inachtneming van de bepalingen, vervat in de wet van 31 augustus 1853, Staatsblad no. 83.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel