Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

Artikel 1.

Onderdeel van Beleidsregels bijstand en eigen woning 2017

In de Participatiewet is in artikel 50 het uitgangspunt neergelegd dat aan de bezitter van een eigen woning bijstand wordt toegekend, zij het als lening, als niet kan worden verlangd dat hij zijn woning verkoopt of verder bezwaart met een hypotheek. In datzelfde wetsartikel is ook geregeld dat de bijstand “om niet” moet worden verstrekt als het om een relatief gering bedrag aan bijstand gaat (over een heel jaar gerekend niet meer dan de maandnorm) of als er minder overwaarde in de woning zit dan het vrij te laten zoals geregeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel d van de Participatiewet. Leenbijstand is dus pas aan de orde als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Ter zekerheidsstelling wordt in dit artikellid aan de toe te kennen lening een hypotheek verbonden. In het algemeen moet de voorkeur worden gegeven aan hypotheek boven pandrecht, omdat hypotheek meer zekerheid biedt, met name ten aanzien van derden. Dat geldt temeer nu hier sprake is van zogenaamd stil pandrecht, wat wil zeggen dat de pandgever, de bijstandsgerechtigde, in het bezit blijft van het object. Pandrecht biedt geen bescherming tegen derden die te goeder trouw het verpande object aankopen, maar wel tegen derden die te kwader trouw zijn (wat dan nog wel bewezen moet worden) of het object om niet hebben verkregen. Hypotheek beschermt tegen iedereen, omdat de eigendomsoverdracht van een registergoed altijd plaatsvindt via een notaris die verplicht is om het Kadaster te raadplegen op hypothecaire aanspraken: daardoor kan niemand zich op onwetendheid beroepen en hypotheek blijft daarom altijd het registergoed volgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel