Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.

Artikel 2.

Onderdeel van Beleidsregels bijstand en eigen woning 2017

Vermogen wordt in de Participatiewet gedefinieerd als bezittingen volgens hun waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de schulden. Dit geldt dus ook voor vermogen in de eigen woning. Van dit vermogen moet een vast bedrag worden vrijgelaten. De hoogte van de hypotheek bedraagt het verschil tussen het vermogen in de eigen woning en het in dit kader vrij te laten vermogen. Aan het einde van de bijstandsverlening wordt beoordeeld hoeveel de klant moet terugbetalen van de hypothecaire lening. Het dan nog aanwezig restant van het vrij te laten vermogen wordt dan alsnog in mindering gebracht op de terug te betalen lening. Zo kan de klant toch volledig profiteren van de algemene vrijlating, zonder nadelen te hebben ondervonden in de vorm van eventuele tussentijdse beëindigingen van de bijstand. In artikel 8 is een bepaling opgenomen die de belanghebbende – bij de eindafrekening - beschermt tegen mogelijke waardevermindering van zijn woning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel