Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Artikel 6.

Onderdeel van Beleidsregels bijstand en eigen woning 2017

Dit artikel is, evenals artikel 7, vrijwel letterlijk overgenomen uit de laatste versie van het Besluit Krediethypotheek. Vroeger gold een aflossingstermijn van 25 jaar of langer. Toen was de lening echter rentedragend (aanvankelijk 8% per jaar), zodat er weinig ruimte overbleef voor aflossing (destijds verplicht jaarlijks 4% van de lening). Aangezien de lening nu renteloos is, alleen in geval van verwijtbare nalatigheid bij de afbetaling wordt rente gevraagd, zal een snellere aflossing mogelijk zijn. In principe moet de lening binnen 10 jaar na de datum van beëindiging van de bijstand afgelost zijn. De hoogte van de aflossing wordt daarop afgestemd, dus dient jaarlijks tenminste 10% van de lening te bedragen. Indien het inkomen daartoe niet toereikend is, of bijzondere bestaanskosten daaraan in de weg staan, wordt een lager aflossingsbedrag vastgesteld of de aflossing op nihil gesteld. Als de belanghebbende verwijtbaar niet aan zijn aflossingsverplichtingen voldoet, wordt (het restant van) de lening direct opeisbaar. Indien niet wordt voldaan aan (betalings-)verplichtingen die aan leenbijstand zijn verbonden vormt dat volgens de Participatiewet grond voor terugvordering van de lening. Daarvan zal in voorkomende gevallen gebruik worden gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel