Na 10 jaar bestaat er geen aflossingsverplichting meer. De belanghebbende kan wel op vrijwillige basis voortgaan met aflossen. Het deel van de lening dat na 10 jaar nog resteert wordt rentedragend. Deze rente is gelijk aan het wettelijk rentepercentage voor consumententransacties minus 3 procent, maar het minimale percentage is nooit lager dan 1%.
Als het de belanghebbende niet mogelijk is om af te lossen, maar hij voldoet wel geheel of gedeeltelijk aan zijn renteverplichtingen, dan worden de betalingen die hij verricht aangemerkt als aflossingen en op de hoofdsom in mindering gebracht. De verschuldigde rente die daardoor niet wordt betaald, wordt vervolgens weer bijgeschreven bij de hoofdsom, maar over dat deel wordt geen rente gevraagd. Met deze wat ingewikkelde constructie wordt bewerkstelligd dat in de lening een verschuiving optreedt van rentedragend naar renteloos.