Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Beleidsregels bijstand en eigen woning 2017

Bij verkoop of vererving van de woning wordt tot eindafrekening overgegaan. De klant heeft recht op het extra vrij te laten vermogen plus het restant van het algemeen nog vrij te laten vermogen voor zover dat nog niet op de lening in mindering was gebracht. Dat laatste doet zich voor als de klant zijn woning verkoopt tijdens de bijstandsperiode. De opbrengst van de woning zal in het algemeen toereikend zijn om de geldlening terug te kunnen betalen. De geldlening is immers gebaseerd op de verwachte overwaarde in de woning. Niettemin is het mogelijk dat, bijvoorbeeld als gevolg van een instorting van de huizenmarkt, er na aftrek van het vrij te laten vermogen niets meer resteert, of onvoldoende om de hele lening af te betalen. In dat geval wordt tot gehele, respectievelijk gedeeltelijke, kwijtschelding overgegaan. Voorwaarde daarvoor is wel dat de klant zijn woning voor een economisch verantwoorde prijs heeft verkocht. Het zou incidenteel kunnen voorkomen dat een bijstandsklant om medische of sociale redenen, of wegens werkaanvaarding elders, zijn woning verkoopt. In dat geval is het billijk om die persoon in de gelegenheid te stellen om een andere woning aan te kopen, mits hij het uit de verkoop vrijkomende vermogen –inclusief de vrijlating- inzet voor de aankoop van de nieuwe woning. Deze bepaling is opgenomen omdat het in het algemeen niet zal worden toegestaan dat iemand die op bijstand is of raakt aangewezen, zijn liquide vermogen (opnieuw) bindt in een eigen woning. Doet hij dat wel, dan zal bijstand doorgaans worden geweigerd met als argument dat tegeldemaking van het in de woning gebonden vermogen wel kan worden gevergd.

Rechtspraak bij dit artikel