Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris
ambtelijke bijstand aan een raadslid tenzij:
het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
dit het belang van de gemeente kan schaden.
De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van
het eerste lid geweigerd wordt.
Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt
geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee
aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft
ingediend.
De secretaris verstrekt het college desgewenst een afschrift
van het verzoek.
Indien het college informatie wenst over een verzoek om
ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies
wendt hij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken
raadslid.
Artikel 2
Verlenen van ambtelijke bijstand
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand (2010)