Het vermogen wordt identiek aan het recht op algemene bijstand vastgesteld, waarbij artikel 34 lid 2 van de wet van toepassing is.
Het vermogen boven de vermogensgrens op grond van artikel 34 lid 3 van de wet wordt in zijn geheel in aanmerking genomen als draagkracht.
In afwijking van het genoemde in lid 1 wordt bij een aanvraag bij de volgende kosten géén vermogensvrijlating op grond van artikel 34 lid 2 onder c en lid 3 van de wet toegepast:
kosten woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen;
kosten babyuitzet
kosten in verband met verhuizing.
Hierbij wordt, vanwege de verschillende betalingsmomenten van inkomsten, 1,5 maal de bijstandsnorm vrijgelaten en het overige in zijn geheel in aanmerking genomen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 7
Draagkracht in het vermogen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen Rijswijk 2017