**1..** Het inkomen inclusief vakantiegeld wordt identiek aan het recht op algemene bijstand vastgesteld, waarbij artikel 31 lid 2 van de wet van toepassing is.
**2..** Wanneer het inkomen hoger is dan 110% van de bijstandsnorm, moet dat meerdere inkomen (gedeeltelijk) ingezet worden voor de betaling van de bijzondere noodzakelijkekosten van het bestaan.
**3..** Bij de minimaregelingen geldt het inkomen van 130% als absolute grens. Bij een hoger inkomen bestaat geen recht op de minimaregelingen.
**4..** Wanneer bijzondere bijstand voor de volgende kosten wordt aangevraagd en toegekend en het inkomen hoger is dan 100% van de bijstandsnorm moet dat meerdere inkomen (gedeeltelijk) ingezet worden voor de betaling van deze kosten:
kosten woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen;
kosten babyuitzet;
kosten in verband met verhuizing.
**5..** Wanneer sprake is van een schuldsaneringsregeling op grond van de Wsnp of een minnelijke schuldregeling geldt dat de draagkracht wordt berekend over het inkomen waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft.
**6..** Bij de vaststelling van aanwezige draagkracht in het inkomen wordt rekening gehouden met de volgende aftrekposten:
Onderhoudsverplichtingen;
Bij personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt kan van een particuliere oudedagsvoorziening een bedrag worden vrijgelaten zoals vermeld in artikel 33, lid 5 Participatiewet
de eigen bijdrage kinderopvang waarvoor aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag. Hierbij komt alleen de maximale uurprijs en het maximale aantal uren conform de regels van de kinderopvangtoeslag voor aftrek in aanmerking;
de eigen bijdrage op grond van de Wet langdurige zorg.
**7..** Van het meerdere inkomen wordt op jaarbasis
van de eerste € 3000,00 netto 35% als draagkracht aangemerkt;
van al het meerdere boven € 3000,00 netto 50% als draagkracht aangemerkt.
HOOFDSTUK 2
Artikel 8
Draagkracht in het inkomen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen Rijswijk 2017