Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 16

– Maatregelen voor werkzaamheden in de nabijheid van te handhaven beplantingen

Onderdeel van Leidraad voor kabel- en leidingbeheerders inzake werken in de openbare ruimte

Gemeente en KLB komen overeen welke maatregelen worden genomen om schade aan te handhaven beplanting te beperken en welke te handhaven beplanting als waardevol wordt beschouwd. Beplanting mag niet worden opgenomen of verwijderd dan na vastgelegde toestemming van de Toezichthouder Kabels en Leidingen van de gemeente. Opgenomen beplanting dient te worden ingekuild, zo spoedig mogelijk weer te worden teruggezet, zo nodig voor het terugzetten inkorten en zo nodig water geven. Bij bijzondere beplanting of bij bomen wordt het graven binnen de wortelzone of de kroonprojectie van de bomen vermeden, conform de eisen in de standaardvoorschriften “Boombescherming op bouwlocaties” (zie BIJLAGE D). Sleufloze technieken verdienen de voorkeur. Indien een tracé buiten de wortelzone niet mogelijk is, moet gebruik gemaakt worden van sleufloze technieken voor het aanbrengen van mantelbuizen. Moet binnen de wortelzone toch gegraven worden dan moet binnen de grootste kroondiameter van de boom worden overgegaan op handmatig graven en is machinaal graven niet toegestaan. Het graven binnen de kroondiameter wordt te allen tijde gemeld bij de Toezichthouder Kabels en leidingen van de gemeente. Dit geldt ook indien er op grotere afstand boomwortels dikker dan 25 mm in diameter worden aangetroffen welke niet stuk gemaakt mogen worden. Het doorhalen van boomwortels is, zonder vastgelegde toestemming van de Toezichthouder Kabels en Leidingen van de gemeente, niet toegestaan. Wanneer er - na vastgelegde toestemming van de toezichthouder Kabels en Leidingen - wortels onderbroken moeten worden dan dienen deze recht afgezaagd te worden en mogen nooit kapot getrokken worden of behandeld met welk middel dan ook. Ontgraven wortels dienen te worden beschermd tegen uitdrogen, vorst en beschadiging en worden zo snel mogelijk in ieder geval binnen 2x24 uur met grond aangevuld. Ontgravingen binnen de wortelzone van te handhaven beplanting dienen zo snel mogelijk te worden aangevuld. Bij het verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone van te handhaven beplanting in het groeiseizoen (april tot december) de beplanting zo nodig water geven. Hiervoor dient zo mogelijk oppervlaktewater met voldoende zuurstof te worden gebruikt. Het inrichten van werkterrein binnen de wortelzone van de te handhaven beplantingen is niet toegestaan. Indien de sleuf, lasgat of montagegat buiten de vergharding is gelegen, worden de aanwezige teelaarde en zand gescheiden ontgraven en opgeslagen. Bij aanvulling dienen de grondsoorten weer in de oorspronkelijke lagen te worden aangebracht. De dikten van de teelaarde- en zandlagen zijn gelijk aan de oorspronkelijke laagdikten. De verdichting mag niet meer bedragen dan 2,0 N/mm2. Eventueel bevroren grond en kluiten mogen niet worden teruggebracht i.v.m. extra nazakking en schade aan de wortels door bevriezing. Het plaatsen van ondergrondse distributie lasdozen, zogenaamde ”Handholes”, in gazons is uitsluitend toegestaan na vastgelegde toestemming van de Toezichthouder Kabel en Leidingen van de gemeente. De insporingsdiepte van materieel op gazons mag ten hoogste 20mm bedragen. Bij het verrichten van werkzaamheden in gazons wordt door de KLB het tracé puinvrij gemaakt, licht verdicht en wordt het tracé daarna geprofileerd, geëgaliseerd en opnieuw ingezaaid met SV7 (graszaad voor sportvelden). Alle te handhaven beplantingen zullen door de KLB worden uitgenomen en na de werkzaamheden worden teruggeplant. Opgenomen beplanting wordt opgekuild, voldoende vochtig gehouden en zo spoedig mogelijk weer teruggezet. De beplanting wordt zo nodig voor het terugzetten ingekort en direct na planten en in de onderhoudstermijn (zie artikel 5, lid 10) water gegeven. Teruggezette beplanting moet worden ingeboet in het plantseizoen voor het einde van de onderhoudstermijn, tenzij schriftelijk andere afspraken zijn gemaakt met de Toezichthouder Kabels en leidingen van de gemeente. Bij toegebrachte schade aan bomen is van toepassing de CROW Standaard 2010 hoofdstuk 01.18 artikelnummer 04 t/m 07. Niet te handhaven beplanting mag na vastgelegde toestemming met de Toezichthouder Kabels en leidingen van de gemeente door de KLB worden gerooid en afgevoerd. Het definitief herstellen en aanvullen van de beplanting - met gelijkwaardige planten - wordt uitgevoerd door de gemeente: de kosten daarvan komen voor rekening van de KLB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel