Ontgraven sleuven
1.Teelaarde en zand dienen elk gescheiden te worden ontgraven van overige grondsoorten.
Aanvullen sleuven
2.Sleuven in bestaande en toekomstige rijbanen, fietspaden, in- en uitritten, parkeergelegenheden en pleinen, moet tot aan de onderkant van de bestrating of verharding geheel met zand worden gevuld. (en/of – indien van toepassing – zoals omschreven in artikel 20, lid 1).
Sleuven in bestaande en toekomstige trottoirs moeten tot een zodanige hoogte met uitkomende, door de gemeente goed te keuren grond worden aangevuld, dat nog een zandbed van tenminste 0,20 meter blijvende dikte kan worden aangebracht beneden de onderkant van de verharding. Overblijvende grond c.q. puin wordt eigendom van de vergunninghouder en moet op zijn kosten worden afgevoerd.
Alle aanvullingswerkzaamheden moeten "in den droge" geschieden.
Indien voor het onttrekken van grondwater een vergunning of melding vereist is, draagt de KLB zorg voor de verkrijging daarvan. De KLB draagt de kosten voor het verkrijgen en voldoen aan de bepalingen ervan.
Verdichten aanvullingen
In afwijking van artikel 22.02.06 lid 04 van de Standaard 2010 moet de verdichtingsgraad (proef 3) van zand dat in de aanvulling is verwerkt op een diepte van meer dan 1,0 m1 beneden het oppervlak van het wegdek per monster tenminste 96% bedragen. De eis voor de gemiddelde verdichtingsgraad is niet van toepassing.
In afwijking van artikel 22.02.06 lid 05 van de Standaard 2010 moet de verdichtingsgraad (proef 3) van zand dat in de aanvulling is verwerkt op een diepte van minder dan 1,0 m1 beneden het oppervlak van het wegdek per monster tenminste 98% bedragen. De eis voor de gemiddelde verdichtingsgraad is niet van toepassing.
De aanvulling moet in lagen van max. 0,25 m geschieden en laag voor laag mechanisch worden verdicht tot een verdichtingsgraad zoals omschreven in lid 5 of lid 6 is bereikt.
Grond, die in aanvulling is verwerkt in beplantingsvakken of onder gras op een diepte van minder dan 0,80m beneden maaiveld, moet na verdichten een verdichtingsgraad van 93% hebben bereikt.
Bij verdichten van grond in beplantingsvakken of onder gras mag geen verkneding of structuurbederf optreden.
Informatie en melding bodemverontreiniging – Zie tevens BIJLAGE E
Voorafgaand aan de werkzaamheden dient de KLB te toetsen aan de hand van het “Bodembeheerplan” en de “bodemkwaliteitskaart Leeuwarden” of er sprake is van bodemverontreiniging of het vermoeden van bodemverontreiniging ter plaatse van de geplande werkzaamheden. Verwezen wordt naar het “Hoofdschema behorende bij CROW-publicatie 307- Kabels en Leidingen in verontreinigde bodem”. Zie BIJLAGE E.
Indien er duidelijkheid gewenst is over de milieuhygiënische bodemkwaliteit dan moet de KLB een bodemonderzoek laten verrichten door een onderzoeksbureau. De KLB blijft te allen tijde verantwoordelijk voor eventuele risico’s voor de volksgezondheid, veiligheid en het milieu voortvloeiende uit een aanwezige bodemverontreiniging.
Bodemverontreiniging tijdens werkzaamheden
Indien tijdens de werkzaamheden bodemverontreiniging wordt geconstateerd, dienen de werkzaamheden direct te worden gestaakt en dient de KLB dit bij de Toezichthouder Kabels en Leidingen van de gemeente te melden. Pas na vastgelegde toestemming van de toezichthouder Kabels en leidingen mag weer worden aangevangen met de werkzaamheden. Indien noodzakelijk dienen maatregelen getroffen te worden – conform CROW publicatie 132 en publicatie 307 - ter voorkoming van verspreiding van de verontreiniging dan wel risico’s voor de volksgezondheid. In BIJLAGE E is het stroomschema “Kabels en leidingen in verontreinigde bodem” zoals opgenomen in CROW publicatie 307 bijgevoegd.
De gemeente zal, als de KLB daar om verzoekt, -indien mogelijk- een alternatief tracé bieden.
Veiligheid
Indien werkzaamheden plaats vinden in verontreinigde grond dienen de veiligheidsklassen (volgens CROW publicatie 132) in opdracht – en op kosten – van de KLB vastgesteld te worden door een ter zake kundig bedrijf zodat de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen toegepast worden.
Kosten n.a.v. bodemverontreiniging
Kosten als gevolg van bodemverontreiniging zijn in eerste instantie voor rekening van de KLB.
Overtollige grond
Uitkomende overtollige schone grond (kwaliteit AW-2000_Landbouw/natuur) mag tot een hoeveelheid van maximaal 50 m3 zonder melding vrij worden toegepast. Partijen overtollige schone grond >50 m3 mogen vrij worden toegepast, echter dit dient gemeld te worden bij het “Meldpunt bodemkwaliteit”. https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl
Uitkomende overtollige grond die voldoet aan de maximale waarden voor wonen, of woongrond, en grond die voldoet aan de maximale waarden voor industrie, of industriegrond dient door en voor rekening van de KLB na keuring conform Besluit Bodemkwaliteit te worden afgevoerd naar een door de gemeente aan te wijzen locatie. Bij hoeveelheden >2m3 dient er gemeld te worden bij het “Meldpunt bodemkwaliteit”. https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl
Uitkomende overtollige grond die niet voldoet aan de industriewaarden is niet-toepasbaar en dient door en voor rekening van de KLB te worden afgevoerd naar een vergunde, erkend verwerker. Stort- en acceptatiekosten zijn voor rekening van de KLB.
Overige uitkomende grond die vanwege de gemeente niet mag worden teruggebracht dient door en voor rekening van de KLB te worden afgevoerd naar een door de gemeente aan te wijzen locatie.
Eventuele tekortkomende grond dient door en voor rekening van de KLB op het werk ter beschikking gesteld te worden.
HOOFDSTUK III
Artikel 18
– Grondwerk
Onderdeel van Leidraad voor kabel- en leidingbeheerders inzake werken in de openbare ruimte