**1..** Het college kent in aanvulling op de in artikel 9 genoemde criteria een persoonsgebonden budget toe als in het gesprek als bedoeld in artikel 6 en op basis van een aanvraag als bedoeld in artikel 8 is vastgesteld dat:
de ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen en in staat zijn te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
voldoende is gemotiveerd dat een individuele voorziening in natura niet passend en toereikend wordt geacht;
gewaarborgd is dat de voorziening die met het persoonsgebonden budget betaald wordt van goede kwaliteit is;
de aanvraag bevat in elk geval:
de te treffen individuele voorziening en het beoogde doel:
de voorgenomen uitvoering daarvan inclusief uitvoerder en kosten
de kwalificaties van de uitvoerder; en
een motivering waarom het aanbod van de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder(individuele voorziening in natura) niet passend is volgens de aanvrager.
**2..** Het college kan een persoonsgebonden budget weigeren:
voor zover dit bedoeld is voor begeleidingskosten (bemiddelingskosten) of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget;
voor zorg buiten de Nederlandse grenzen indien niet redelijkerwijs aangetoond kan worden waarom zorg binnen de Nederlandse grenzen niet geschikt is.
**3..** Het college kan een beslissing aangaande een persoonsgebonden budget herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat:
de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid,
de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget zijn aangewezen,
de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten,
de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het persoonsgebonden budget, of
de jeugdige of zijn ouders het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is.
**4..** De budgethouder legt verantwoording af over de besteding van het persoonsgebonden budget in overeenstemming met de wet, de verordening jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland 2015, deze nadere regels en de door het college vastgestelde beleidsregels.
**5..** Drie maanden voor afloop van het persoonsgebonden budget vraagt de budgethouder indien nodig een verlenging aan.
Artikel 10
Aanvullende criteria persoonsgebonden budget (PGB)
Onderdeel van Nadere regels Verordening jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland