**1..** Het college kent een individuele voorziening toe indien en voor zover in het gesprek zoals bedoeld in artikel 6 is vastgesteld dat:
een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag;
de jeugdige op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
een algemene voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de hulpvraag;
de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening.
**2..** Een individuele voorziening wordt in natura toegekend tenzij een individuele voorziening in natura niet passend wordt geacht of als de ouder gemotiveerd kan uitleggen waarom het niet passend is, dan kan de ouder er voor kiezen om een aanvraag voor een persoonsgebonden budget in te dienen.
**3..** Een maand voor afloop van Zorg in Natura vraagt de jeugdige of ouders indien nodig een verlenging aan.
**4..** Een individuele voorziening in natura eindigt wanneer:
de jeugdige verhuist;
de jeugdige overlijdt;
de indicatieperiode of geldigheid zoals vermeld in het besluit is verstreken;
het college vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet;
het college om andere redenen de toekenning intrekt.