Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Weigering van een persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Putten 2017

Voor zover cliënt in aanmerking wil komen voor een persoonsgebonden budget kan dit budget, onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6 van de wet en in artikel 11 van de Verordening, worden geweigerd, indien er sprake is van één of meer van navolgende omstandigheden: op grond van aanwijzingen die tijdens de indicatie duidelijk zijn geworden bestaat het ernstige vermoeden dat de cliënt of diens (wettelijk) vertegenwoordiger problemen zal hebben met het omgaan met een persoonsgebonden budget; de gemeente, op advies van een instelling voor maatschappelijk werk of de Raad voor de kinderbescherming, is van oordeel dat een ten behoeve van een minderjarige aangevraagd budget in zodanige mate niet voor de inkoop van maatwerkvoorzieningen ten behoeve van het kind zal worden gebruikt, dat dit mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding of ontwikkeling van de minderjarige tot gevolg zal hebben; de cliënt heeft zich bij een eerder toegekend persoonsgebonden budget niet aan de opgelegde verplichtingen gehouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel