Belanghebbenden schenden de inlichtingenplicht, zonder dat dit leid tot een benadelingsbedrag of een benadelingsbedrag tot maximaal € 150,-. In artikel 18a, derde lid van de PW en artikel 20a, derde lid van de IOAW en IOAZ staat dat het college in deze situatie een boete oplegt van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid van het Wetboek van Strafrecht. Dat bedrag is € 4.100,-.
Echter, artikel 18a, vierde lid van de PW en artikel 20a, vierde lid van de IOAW en IOAZ ziet het college de mogelijkheid af van het opleggen van een boete en geeft daarvoor in de plaats een schriftelijk waarschuwing. Mits belanghebbende niet eerder een waarschuwing heeft gehad in de periode van twee jaar gerekend vanaf de datum waarop de eerdere waarschuwing is gegeven.
In dat geval wordt een boete van € 150,00 opgelegd.
Tot slot geeft het college een waarschuwing als belanghebbende alsnog binnen 60 dagen na de boetewaardige gedraging uit eigen beweging de juiste en volledige inlichtingen verstrekt. Dan is sprake van een zogenaamde ‘zelfmelder’. Het college heeft in deze situatie de overtreding nog niet geconstateerd.
Zie ook verminderde verwijtbaarheid in artikel 4, vierde lid.
Hoofdstuk TOELICHTING
Artikel 5.
Waarschuwing
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Gemeente Dalfsen 2017