**1..** Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden
per omgaande aan de indiener teruggestuurd.
**2..** De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden
van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.
**3..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de
vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
bericht wordt behandeld als een antwoord.
**4..** De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
toegezonden.
**5..** De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad
anders beslist.
**6..** Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe, door tussenkomst
van de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de
burgemeester. De procedure zoals verwoord in dit artikel wordt bij
de beantwoording in acht genomen.
Hoofdstuk 4
Artikel 39
Schriftelijke vragen en Inlichtingen
Onderdeel van Reglement van orde van de raad (2010)