Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 40

Vragenronde en Interpellatie

Onderdeel van Reglement van orde van de raad (2010)

1.. Bij aanvang van de raadsvergadering is er een vragenronde. Het lid van de raad dat tijdens de vragenronde vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp zo mogelijk 24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter via de griffier en wel schriftelijk. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenronde aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 2.. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 3.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college, de burgemeester of aan andere leden van de raad te stellen en een toelichting daarop te geven. 4.. Na de beantwoording door diegene(n) aan wie de vraag is gericht, krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 5.. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 6.. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in, naar het oordeel van de voorzitter, spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 7.. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 8.. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Rechtspraak bij dit artikel