**1..** Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over
zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door
de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter
verwijzen naar de desbetreffende commissie.
**2..** Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 39, zijn van
overeenkomstige toepassing.
**3..** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
benoemd.
Hoofdstuk 6
Artikel 44
Verslag en verantwoording
Onderdeel van Reglement van orde van de raad (2010)