In de mandaatlijst wordt impliciet onderscheid gemaakt tussen een
volmacht: bevoegdheid tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling (zie ook onder 5);
afdoeningsmandaat: bevoegdheid tot beslissen én ondertekenen van besluit bij gemandateerde.
Van de mogelijkheid om alleen mandaat te verlenen voor het ondertekenen van een besluit dat door het bestuursorgaan zelf wordt genomen, wordt in dit mandaatbesluit geen gebruik meer gemaakt.
Op grond van artikel 10:10 Awb dient uit het besluit duidelijk te zijn of er sprake is van een in mandaat genomen besluit. Dat moet in elk geval blijken uit de ondertekening, waarbij namens het bevoegd bestuursorgaan wordt getekend.