Ingevolge artikel 7:5, tweede lid van de Awb besluit het bestuursorgaan, voor zover niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid, van de Awb wordt deze bevoegdheid aan de commissie toegekend.
In de verordening is bepaald dat de hoorzitting in principe in het openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzonder persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen.
Er is besloten om voor jeugdigen wel een aparte regeling op te nemen. Het horen van deze groep dient te voldoen aan het gestelde in artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). De commissie kan daarom besluiten om de zitting met gesloten deuren te laten plaatsvinden. De commissie dient hierbij rekening te houden met de leeftijd en de rijpheid van het kind.
Artikel 12 van het IVRK bepaalt het volgende:
De Staten die partij zijn, verzekeren het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid.
Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een vertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht.
Artikel 12 van het IVRK is volgens vaste jurisprudentie een rechtstreeks werkende bepaling. Het verplicht de gemeente in bezwaar het kind te horen op een wijze die in overeenstemming is met zijn leeftijd en rijpheid.
Het kan voor komen dat het horen door drie commissieleden, de secretaris, het verwerend orgaan, eventueel een notulist en de verzorger of vertegenwoordiger van het kind niet in overeenstemming is met de leeftijd en rijpheid van het kind. De commissie kan hierbij aansluiting zoeken bij gerechtelijke procedures waar het kind in een apart ingerichte ruimte wordt gehoord door de rechter, die een specifieke opleiding voor het horen van kinderen heeft gevolgd. Op deze manier wordt het best gewaarborgd dat het kind zich vrij voelt om zich te uiten. Uiteraard dient dit per geval te worden beoordeeld door de commissie.
De zitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de commissie, die ingevolge artikel 18 van de verordening achter gesloten deuren plaatsvindt met twee commissieleden en de voorzitter.
Hoofdstuk IV
Artikel 15.
Openbaarheid zitting
Onderdeel van Verordening bezwaarschriftencommissie gemeente Zuidplas 2017