Het door de burgemeester gegeven bevel waarmee een maatregel artikel 172a of 172b Gemeentewet wordt opgelegd wordt in de regel opgelegd voor de duur van drie maanden. De ernst van de openbare orde verstoring dan wel de herhaling van de openbare orde verstorende gedraging rechtvaardigt het opleggen van een maatregel voor deze duur.
Een bevel op grond van artikel 172a Gemeentewet kan daarbij ten hoogste drie maal verlengd worden met een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden. Dit kan alleen indien na afloop van het bevel nog steeds aanwijsbare ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde bestaat. Een bevel mag inclusief verlengingen niet langer duren dan twaalf maanden. Een maatregel op grond van artikel 172b Gemeentewet kan niet worden verlengd.
Op basis van specifieke feiten of omstandigheden kan de burgemeester besluiten om een bevel toch voor een kortere duur op te leggen dan in de beleidsregel. Indien de burgemeester daartoe besluit motiveert hij dit. Op grond van nieuwe feiten of omstandigheden kan de burgemeester het bevel wijzigen ten nadele van betrokkene.
Het bevel wordt ingetrokken zodra het niet langer nodig is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2