Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Individueel keuzebudget (IKB)

Onderdeel van LOKALE UITVOERINGSREGELING BELONING HOOFDSTUK 3 CAR-UWO (INCLUSIEF IKB)

Aanvulling paragraaf 5, artikel 3:29 CAR-UWO/Lokale doelen Naast de in artikel 3:29 van de CAR-UWO vermelde landelijke doelen (kopen van vakantie-uren, extra inkomen door uitbetaling en financieren van een opleiding, indien en voor zover deze niet door de werkgever wordt vergoed en met inachtneming van de geldende fiscale regelgeving) gelden de volgende lokale doelen: Fiets; Vakbondscontributie; Storting in het ABP ExtraPensioen; Fiscale uitruil woon-werkverkeer. Lid 1 Fiets De medewerker met een vaste aanstelling kan het IKB gebruiken voor de aanschaf van een fiets. De medewerker kan eenmaal in de 36 maanden de keuze maken om het IKB te gebruiken voor de aanschaf van één fiets. Door deze keuze te maken, verklaart de medewerker de fiets voor meer dan de helft van het voor hem of haar van toepassing zijnde aantal werkdagen voor het woon-werkverkeer gebruikt. De keuze van het type fiets is in die zin beperkt, dat de medewerker geen kinderfietsen of motorisch aangedreven fietsen mag kiezen. Fietsen met elektrische trapondersteuning, ook wel e-bikes genoemd, zijn toegestaan. Het maximale bedrag dat hiervoor kan worden aangewend is € 1.000,- bruto, exclusief een gangbare fietsverzekering voor 3 jaar. De werkgever vergoedt hiervan 25%. Het restant wordt door de medewerker gefinancierd uit het IKB. De medewerker kan de keuze alleen maken indien hij of zij voldoende IKB heeft. De medewerker koopt zelf de fiets bij een erkende fietsenzaak naar keuze, vervolgens overlegt de medewerker de factuur van de fiets aan P&O. De werkgever is niet aansprakelijk voor schade die ontstaan is door verlies, diefstal of beschadiging van de fiets, voor enige schade die het gevolg is van het gebruik van de fiets of voor eventuele andere gevolgen die deelname aan deze regeling voor de medewerker met zich meebrengt. De werkgever behoudt zich het recht om een maximum te stellen aan het aantal aan te schaffen fietsen per jaar. Dit is mede afhankelijk van de fiscale ruimte in het forfait van de werkkostenregeling dat per jaar opnieuw wordt bezien. Lid 2 Vakbondscontributie Indien de medewerker lid is van een vakbond die de belangen van medewerkers in de gemeentelijke sector behartigt, kan hij of zij één keer per jaar het IKB aanwenden voor het doel vakbondscontributie. De medewerker dient bij de keuze de jaaropgave van de vakbond en het betalingsbewijs te overleggen aan P&O. Lid 3 ABP ExtraPensioen De medewerker kan - indien hier fiscale pensioenruimte toe is - zijn of haar IKB aanwenden om (maandelijks) een extra storting te doen in ABP ExtraPensioen. Deze storting kan plaatsvinden totdat de fiscale pensioenruimte die de medewerker hiertoe heeft is bereikt. De medewerker dient bij deze keuze de aanmelding voor ABP ExtraPensioen en de fiscale pensioenruimte-bepaling van het ABP te overleggen aan P&O. Indien de medewerker de (maandelijkse) stortingen wil beëindigen dan dient de medewerker dit in de IKB-module aan te geven. Het initiatief hiertoe rust uitdrukkelijk bij de medewerker. Lid 4 Fiscale uitruil woon-werkverkeer De medewerker kan - indien hier fiscale ruimte toe is - maandelijks het IKB aanwenden voor de fiscale uitruil woon-werkverkeer. Hiertoe wordt fiscale ruimte bepaald die maandelijks belastingvrij kan worden uitgeruild. De berekeningssystematiek fiscale uitruil woon-werkverkeer is opgenomen in bijlage 2. De medewerker kan via de IKB-module aangeven gebruik te willen maken van de fiscale uitruil woon-werkverkeer. In geval van verhuizing dient de medewerker dit direct aan de werkgever door te geven. Bij een aanpassing van het aantal dagen waarop de medewerker werkt, wordt dienovereenkomstig het uit te ruilen bedrag aangepast. In geval van afwezigheid of ziekte van de medewerker van meer dan zes weken wordt de uitruil stop gezet. Indien de medewerker de maandelijkse uitruil wil stoppen dan dient de medewerker dit in de IKB-module aan te geven. Het initiatief hiertoe rust uitdrukkelijk bij medewerker. Het uitruilen heeft geen gevolgen voor het pensioengevend inkomen zolang de uitruil niet meer in één jaar bedraagt dan 30% van het gebruikelijke loon. Door uit te ruilen daalt het fiscale loon. Dit kan leiden tot een eventuele toekomstige lagere uitkeringen die onder andere voortvloeien uit de sociale verzekeringswetgeving (o.a. WW-uitkering, WIA-uitkering, ZW-uitkering). Uitgesloten van deelname Politieke ambtsdragers kennen afzonderlijke rechtspositieregelingen. In deze regeling is geen grondslag voor deelname aan het IKB. Derhalve kunnen zij niet deelnemen aan het IKB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel