Deze beleidsregels vormen de nadere uitwerking van de Wet Maatschappelijke Ontwikkeling 2015 en de vastgestelde Verordening Wmo 2015.
De beleidsregels gaan over de maatschappelijke ondersteuning die het college op grond van de verordening aan een bewoner kan bieden ten behoeve van zijn zelfredzaamheid en participatie, voor zover deze in verband met een beperking, chronische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie. Het betreft omschrijving van de maatwerkvoorzieningen maar ook de mantelzorgondersteuning. Daarnaast hebben de beleidsregels betrekking op de andere twee vormen van maatschappelijke ondersteuning, opvang en beschermd wonen.
Deze beleidsregels zijn ingedeeld in verschillende vormen van maatwerkvoorziening maar ook procedure bepalingen, de wijze van toegang tot een maatwerkvoorziening en kwaliteit en vormgeving van toezichthoudende functie van de gemeente. Deze onderwerpen vormen tegelijk ook de hoofdstukindeling van dit document. Daarbij geldt dat de opbouw van informatie van algemeen naar specifiek gaat. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld in het hoofdstuk ‘Toegang, melding, onderzoek en aanvraag’ informatie staat die voor elke maatwerkvoorziening van toepassing is. Specifieke informatie en afwijzingen hierop, staan benoemd bij de specifieke maatwerkvoorziening.
In de beleidsregels wordt de uitvoering van het beleid vastgelegd. Daarbij zullen in werkafspraken met de uitvoeringsorganisaties, coöperatie Amaryllis en het Klant Contact Centrum (KCC) van de gemeente, de operationele afspraken worden vastgelegd. Ten aanzien van de afweging en beoordeling in de uitvoering wordt gebruik gemaakt van zowel de beleidsregels als de werkafspraken. Amaryllis en het KCC zijn de opstellers van de uitvoerings- c.q. werkafspraken waarbij de gemeente een toetsende rol heeft.
Beleidsregels Wmo 2017-2 gemeente Leeuwarden vinden hun basis in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en zijn net zo bindend als de Verordening Wmo 2015 gemeente Leeuwarden. Bij de beoordeling van geschillen is het de rechter die toetst of de gemeente eigen regels, zoals neergelegd in de verordening en beleidsregels wel correct heeft gehanteerd.
Het Leeuwarder model
De gemeente Leeuwarden staat voor de taak om met veel minder financiële middelen vanaf 2015 ondersteuning te bieden aan kwetsbare bewoners met meervoudige problemen die op eigen kracht geen oplossing kunnen vinden en die ondersteuning nodig hebben op het gebied van opvoeden en opgroeien, begeleiding en verzorging in de thuissituatie.
Om de inhoudelijke taken binnen de financiële kaders uit te voeren, kiezen we er voor om de opgelegde bezuinigingen via het Leeuwarder model in onderlinge samenhang op te pakken. Het model faciliteert als het ware de beweging van complexe of langdurige ondersteuning naar meer informele hulp. Dat moet zich op de korte termijn vertalen in: investeren aan de ‘voorkant’ en een verschuiving ‘nieuw voor oud’ om de sociale wijkteams te bekostigen. Op de lange termijn is de verwachting dat dienstverlening dichtbij, eigen netwerk en wijkondersteuning leidt tot efficiëntere en effectievere dienstverlening en reductie van dure specialistische zorg.
Het Leeuwarder model onderscheidt drie sporen van hulp en ondersteuning:
zelf- en samenredzaamheid
basisondersteuning
aanvullende ondersteuning.
De idee achter het Leeuwarder model is dat de mate van zelfredzaamheid bepaalt welke hulp- en ondersteuning we willen inzetten. Dit vergt een andere benadering dan voorheen. Niet het model ‘vraag-aanbod’ maar het individueel maatwerk bepaalt of er toegang wordt gegeven voor professionele hulp- en ondersteuning. Waarbij de meest kwetsbaren professioneel geholpen worden en de zelfredzamen in principe op zichzelf of hun netwerk zijn aangewezen. Ook geldt dat bij het bieden van ondersteuning meer dan voorheen gekeken wordt naar mogelijkheden om de zelfredzaamheid te vergroten. Wij willen toe naar een situatie waar ondersteuning dicht bij mensen wordt geboden. Wijk- en buurtgericht waar dat kan, stedelijk als dat beter past, regionaal als het effectiever is. We doen dit voor elk van de domeinen: Wmo, Jeugd en Participatie en waar mogelijk zoeken we de samenhang.