Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Kernbegrippen Wmo

Onderdeel van Beleidsregels WMO 2017-2

Binnen de beleidsregels spelen diverse begrippen een rol. Een aantal worden toegelicht in het hoofdstuk over het afwegingskader. Hieronder een aanvulling daarop (in alfabetische volgorde). Waar het om begrippen gaat die in de wet genoemd worden, betreft het een aanvulling en/of interpretatie van de wettelijke definitie. Algemene voorziening Het aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Beschermd wonen De invulling van beschermd wonen bestaat voor nieuwe cliënten uit het aanbieden van een omgeving die ‘bescherming’ biedt aan de cliënt en waar nodig zijn omgeving. Dat betekent dat de volgende voorwaarden zijn gerealiseerd: Er is een geclusterde setting, dat wil zeggen dat er meerdere cliënten (minimaal 3) op maximaal 100 meter van elkaar wonen met de mogelijkheid om van een gezamenlijke ruimte gebruik te maken De mogelijkheid om onplanbare zorg te leveren, binnen afzienbare tijd (snelle respons) en 24 uur per dag; Er zijn meerdere contactmomenten op een dag De mogelijkheid om op initiatief van de zorgaanbieder ondersteuning in te zetten (signalerende rol zorgaanbieder) Budgetplan Bij de aanvraag voor een persoonsgebonden budget moet een budgetplan ingediend worden. In dit budgetplan geeft de aanvrager aan waarom gekozen wordt voor een persoonsgebonden budget in plaats van door de gemeente ingekochte ondersteuning. In het budgetplan geeft de aanvrager aan hoe het budget besteed gaat worden en bij welke zorgaanbieder(s). Cliëntondersteuning In Leeuwarden krijgt de cliëntondersteuning vorm binnen de basisondersteuning, die geboden wordt door de sociale wijkteams en de jeugd- en gezinsteams. Belangrijk uitgangspunten hierbij zijn dat de dienstverlening dicht bij de bewoner plaatsvindt, dat de bewoner centraal staat en dat het gaat om het leveren van maatwerk. Er is keuzevrijheid om voor een andere medewerker van het team te kiezen in geval er problemen ontstaan in de relatie bewoner-professional. Wanneer een bewoner twijfelt aan de objectiviteit van de ondersteuning die geboden wordt, zal de sociaal werker daarover met die persoon in gesprek gaan. Wanneer zij er samen niet uitkomen, en de bewoner nog steeds twijfelt aan de objectiviteit, heeft hij of zij recht op ondersteuning van een andere werker. Cliëntondersteuning is een algemene voorziening, waarvoor de gemeente geen eigen bijdrage vraagt: de ondersteuning door de sociale werkers is vrij toegankelijk voor alle bewoners. Dagbesteding Dagbesteding is een zinvolle invulling van de dag die arbeid of school vervangt. Gedurende de dagbesteding wordt gewerkt aan vooraf opgestelde doelstellingen die ontwikkeling van de cliënt bevorderen. Dagbesteding wordt geboden door professionals, eventueel aangevuld met vrijwilligers. Dagbesteding betreft niet ‘algemene’ daginvulling zoals gezelligheid in de woning (gezamenlijk koffiedrinken, activiteit ondernemen). Dagbesteding vindt in principe niet vrijblijvend plaats. Bij deelname aan dagbesteding wordt er op de cliënt ‘gerekend’ door de aanbiedende organisatie. Informele hulp Onder informele hulp wordt de hulp verstaan die wordt verricht door het sociaal netwerk. Maatwerkvoorziening Een maatwerkvoorziening wordt in de wet als volgt gedefinieerd: ‘Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen; ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen; ten behoeve van beschermd wonen en opvang.’ Een maatwerkvoorziening is pas aan de orde als na onderzoek blijkt dat de persoon als gevolg van zijn beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk of algemene voorzieningen voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie. Mantelzorg Mantelzorg wordt in de wet als volgt gedefinieerd (Wmo artikel 1.1.1, sub 1): ‘Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.’ Mantelzorg overstijgt in tijd en/of intensiteit, wanneer het door inwonende partners, kinderen of andere huisgenoten wordt geleverd, het niveau van gebruikelijke hulp. Anderzijds kan mantelzorg ook door niet inwonende familieleden of personen uit het netwerk van de persoon worden geleverd. Bijvoorbeeld door uitwonende kinderen, vrienden of andere personen uit het sociaal netwerk van de persoon. De mate waarin mantelzorgers bereid en in staat zijn een deel van deze ondersteuning te bieden, is bepalend voor het aantal uren professionele ondersteuning dat iemand uiteindelijk krijgt. Hierbij speelt de draagkracht van mantelzorgers een rol. Deze is niet voor iedereen gelijk. Voor de ene persoon zal het bieden van één uur ondersteuning per dag het maximum zijn dat hij of zij kan dragen, terwijl voor een ander de grens hoger kan liggen. Deze verschillen worden in belangrijke mate bepaald door de persoonlijke omstandigheden van de mantelzorger (leeftijd, gezinssituatie, eigen gezondheid et cetera). Bij het indicatieproces kan de mantelzorger aangeven welke ondersteuning hij nodig heeft om mantelzorg te kunnen bieden. Het voorgaande geeft aan dat mantelzorg niet gezien kan worden als een soort voorliggende voorziening. Mantelzorgondersteuning Mantelzorgondersteuning betreft de ondersteuning aan de mantelzorger en heeft o.a. de volgende doelstellingen: de mantelzorger ondersteunen bij het blijven bieden van mantelzorg; de (dreigende) overbelaste mantelzorger te ondersteunen door (deels) taken over te laten nemen door het inzetten van vrijwilligers en/of professionele ondersteuning. Mantelzorgwaardering Mantelzorgwaardering is de invulling van de gemeente Leeuwarden aan het voormalig, binnen de AWBZ geboden, mantelzorgcompliment. Mantelzorgwaardering wordt niet meer geboden in een financiële tegemoetkoming maar in de vorm van activiteiten zoals voorlichting, inzet van aandachtscoaches en respijtzorg,tenzij de mantelzorger veel kosten moet maken om zijn taak als mantelzorger te vervullen en deze niet zelf gedragen kunnen worden. Het college kan dan tegemoetkomen in de onkosten. Verdere uitwerking staat in hoofdstuk 17. Opvang Maatschappelijke opvang (opvang) is volgens de definitie in de Wmo ‘het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door één of meer problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving’. Respijtzorg Ter ondersteuning van de mantelzorger kan mantelzorgondersteuning geboden worden door o.a. de inzet van vrijwilligers en/of een maatwerkvoorziening. Het bieden van een maatwerkvoorziening ter ondersteuning van de mantelzorg bijvoorbeeld in de vorm van dagbesteding of kortdurend verblijf noemen we respijtzorg. Sociaal wijkteam / dorpenteam Het sociaal wijkteam / dorpenteam is een team van ongeveer 10 fte (fulltime eenheden) waar generalisten met hun specifieke specialisme, alle bewoners van de gemeente Leeuwarden kunnen ondersteunen bij hun vragen en ondersteunen bij onder andere de volgende onderwerpen: werk, bv. hulp bij solliciteren of re-integratie, financiën, opvoeding, gezin, kinderen, wonen, vrije tijd en sport, wet- en regelgeving, vrienden en relaties en zorg, ondersteuning en hulpmiddelen. Overal in de beleidsregels waar sociaal wijkteam staat kan ook dorpenteam gelezen worden. Uitraaskamers Een verblijfsruimte waarin een persoon die ten gevolge van een beperking(en) in de vorm van een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoond, zich kan afzonderen of tot rust kan komen. Verantwoordelijkheidsladder Om gebruik te kunnen maken van Wmo-voorzieningen wordt de verantwoordelijkheidsladder gehanteerd. De verantwoordelijkheidsladder houdt in dat mensen eerst zelf oplossingen moeten zoeken voor de ervaren beperkingen, dan de mogelijkheden van het sociale netwerk moeten benutten, waarna vervolgens gekeken wordt naar voorliggende voorzieningen en algemene voorzieningen. Als dat niet afdoende is om te kunnen participeren en zelfredzaam te zijn dan behoren maatwerkvoorzieningen tot de mogelijkheden. Als laatste kan er opvang worden geboden. Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) De Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) is een meetinstrument om verschillende dimensies van zelfredzaamheid overzichtelijk in beeld te brengen. De ZRM heeft elf domeinen waarop de mate van zelfredzaamheid wordt beoordeeld. Deze domeinen hangen sterk met elkaar samen, maar zijn zo gedefinieerd dat ze elkaar niet of nauwelijks overlappen. De domeinen van de ZRM zijn: Financiën, Dagbesteding, Huisvesting, Huiselijke relaties, Geestelijke gezondheid, Lichamelijke gezondheid, Verslaving, Activiteiten Dagelijks Leven, Sociaal netwerk, Maatschappelijke participatie, en Justitie. Dit zijn de noodzakelijke en niet-overbodige gebieden die in iedere volwassen persoon (in de Nederlandse samenleving) bepalend zijn voor de effectiviteit, productiviteit en kwaliteit van leven. De elf domeinen van de ZRM staan in rijen onder elkaar, de vijf antwoordmogelijkheden in kolommen naast elkaar. Zo ontstaat een raamwerk (matrix) met 55 vakken (cellen). Voor iedere cel zijn criteria opgesteld die de antwoordmogelijkheid nader specificeren voor het te beoordelen domein en de sociaal werker ondersteunen bij het waarderen van de zelfredzaamheid op dat domein. Deze criteria helpen de gebruiker te begrijpen wat de ontwikkelaars bijvoorbeeld onder ‘niet zelfredzaam’ op het domein Financiën verstaan (‘onvoldoende inkomsten en/ of spontaan of ongepast uitgeven, groeiende schulden’). De uiteindelijke beoordeling bestaat uit 11 keer een score tussen 1 en 5. De sociaal werker kan met de ZRM dus relatief eenvoudig een volledig overzicht krijgen van een complex begrip met diverse en uiteenlopende facetten dat een belangrijke rol speelt in de mate waarin een persoon een productief en kwalitatief goed leven kan leiden: zelfredzaamheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel