Naar hoofdinhoud

Artikel 17.

Mantelzorgwaardering

Onderdeel van Beleidsregels WMO 2017-2

17.1 Inleiding Met de invoering van de nieuwe WMO is de financiële ondersteuning vervallen die mantelzorgers kregen in de vorm van het mantelzorgcompliment. Gemeentes hebben de beschikking gekregen over dit (voormalig AWBZ-) budget om plaatselijk en passend vorm te geven aan de ondersteuning voor mantelzorgers. Hiermee dienen de mantelzorgers in staat te worden gesteld om hun belangrijke werk kunnen blijven doen. Deze mantelzorgwaardering is enerzijds bedoeld om mantelzorgers te waarderen voor hun inzet en anderzijds om op gezette tijden in contact te kunnen komen met de mantelzorgers in de gemeente, zodat zij, waar nodig, ondersteund kunnen worden. Met het decentraliseren van de gelden voor mantelzorgondersteuning doet zich de mogelijkheid voor om op lokaal niveau invulling te geven aan mantelzorgwaardering op een manier die het meest recht doet aan de lokale werkelijkheid, met als doel optimaal aan te sluiten bij de wensen van mantelzorgers. 17.2 Toegang Er wordt in de regel pas van formele mantelzorg gesproken als er langer dan 3 maanden minstens 8 uur per week zorg wordt verleend. Als er korter dan 3 maanden minder dan 8 uur zorg wordt verleend, is er nog sprake van zgn. gebruikelijke zorg. Voor mantelzorgondersteuning in de gemeente Leeuwarden worden echter geen toegangseisen of –criteria gesteld, zodat iedereen die informele hulp of mantelzorg biedt aan zijn eigen netwerk van ondersteuning kan worden voorzien. Wel worden de deelnemers geregistreerd om zo enerzijds een beter beeld te krijgen van de (wensen en behoeften van) mantelzorgers in de gemeente en anderzijds om deze mantelzorgers ook in de toekomst te kunnen benaderen om ze van een passend ondersteuningsaanbod te kunnen voorzien. 17.3 Ondersteuning in natura In het Koersdocument Hervorming Sociaal Domein is vastgelegd dat de nieuwe mantelondersteuning in natura wordt verstrekt en niet langer, zoals dit wel het geval was bij het mantelzorgcompliment, een financiële vorm zal aannemen. Bij waardering in natura valt te denken aan ondersteuning door een sociaal werker of aandachtscoach, training om beter in staat te zijn om kwalitatief goede mantelzorg te kunnen leveren, lotgenotencontact of mantelzorgcafé’s voor het onderhouden en uitbreiden van sociale contacten met gelijkgestemden en het bieden van respijtzorg waardoor de mantelzorger tijd voor zichzelf heeft om tot rust te komen. Voor alle vormen van ondersteuning geldt dat de activiteiten gericht zijn op het behouden of herstellen van de balans tussen draagkracht en draaglast van het netwerk. In de keuze voor de best passende methode van ondersteuning gelden de volgende vier uitgangspunten, die verder uitgewerkt zijn in de nota mantelzorg: Voorkomen waar mogelijk, genezen waar nodig; In de wijk waar mogelijk, bovenwijks waar nodig; Collectief aanbod waar mogelijk, individueel aanbod waar nodig; Informele hulp waar mogelijk, formele zorg waar nodig. In aanvulling op de inhoud van het Koersdocument is in de WMO-verordening opgenomen dat de mantelzorgondersteuning in natura wordt verstrekt tenzij de mantelzorger veel kosten moet maken om zijn mantelzorgtaak te vervullen en deze kosten niet zelf kan dragen. Als een mantelzorger hierdoor onder de bijstandsnorm uitkomt, kan er een aanvraag voor bijzondere bijstand worden gedaan. Bij deze aanvraag zal getoetst worden, rekening houdend met de financiële draagkracht en draaglast van de aanvrager, of de kosten in die zin noodzakelijk en bijzonder zijn dat er een financiële tegemoetkoming verstrekt moet worden. 17.4 Draagkracht en draaglast van het netwerk De verwachting is dat mantelzorgers primair in beeld komen bij de sociale wijkteams vanwege een hulpvraag van hun zorgbehoevende. Naar aanleiding van deze hulpvraag voert de sociaal werker een vraagverhelderingsgesprek. In dit zogenaamde ‘keukentafelgesprek’ bespreekt de sociaal werker hoe het sociale netwerk van de cliënt kan ondersteunen in het oplossen van de ondersteuningsvraag. Mantelzorg wordt expliciet meegenomen als mogelijke oplossing voor deze hulpvraag, rekening houdend met de draagkracht en draaglast van het sociale netwerk dat mantelzorgtaken op zich kan nemen. Om deze mantelzorger(s) optimaal te laten functioneren, wordt er in het ondersteuningsplan ook rekening gehouden met wensen en behoeftes van deze mantelzorger(s). Op deze manier wordt expliciet aandacht en waardering besteed aan de belangrijke functie van de mantelzorger en de mate waarin de mantelzorger in staat is te ondersteunen. Bij het inzetten van het sociaal netwerk mag er niet een bijdrage van mantelzorgers of het sociale netwerk worden verlangd die ten koste gaat van baan, inkomen of welzijn. Ook zal mantelzorg niet als verplichting worden opgelegd aan het sociale netwerk van de cliënt. Als blijkt dat het sociale netwerk op dit moment zelfstandig in staat is de gevraagde zorg te verlenen, dan houdt de sociaal werker een vinger aan de pols om te monitoren of de balans tussen draagkracht en draaglast van dit netwerk op termijn niet verstoord wordt. Mocht blijken dat de mantelzorger extra ondersteuning nodig heeft om zijn taken te kunnen blijven doen, dan kan de sociaal werker zelf kortdurende ondersteuning verlenen of ervoor kiezen door te verwijzen naar andere vormen van hulp- of zorgverlening.

Rechtspraak bij dit artikel