Om te kunnen bepalen welke vervoersvoorziening wordt toegekend, wordt goed gekeken naar de context van de aanvraag waaronder de gezinssituatie. Er zal in beginsel een afweging worden gemaakt zoals dat in artikel 3 is omschreven. Er kunnen echter andere factoren worden meegewogen bij de beoordeling van de aanvraag. Deze zijn:
Eventuele andere hulp / zorgvragen vanuit een ander wettelijk kader (bijvoorbeeld WMO of Jeugdwet). Zo kan worden besloten tot het toekennen van een ander soortig voorziening die meerdere hulp / zorgvragen bij elkaar kunnen oplossen, bijvoorbeeld een drie-wielfiets.
Om de meerdere hulpvragen van een gezin in beeld te brengen, kunnen (openstaande) dossiers bij het Jeugdteam of WMO worden opgevraagd c.q. samenwerking worden gezocht met andere hulpverleners om de tot een passende voorziening te komen. Een combinatie van afwegingen kan tot gevolg hebben dat er een fictieve voorziening wordt toegekend wanneer een voorziening vanuit een ander wettelijk kader een oplossing biedt.
Artikel 4
- Contextbepalende beoordeling / voorziening (op basis van artikel 14 van de verordening).
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer