De verordening geeft ruimte om ten gunste van ouders af te wijken. Toepassing van de hardheidsclausule is bedoeld voor echt uitzonderlijke situaties, omdat het overgrote deel van de voorkomende situaties in de Verordening is geregeld. Het toepassen van de hardheidsclausule is maatwerk en vraagt om een gemotiveerd besluit. Er zijn echter een aantal specifieke situaties bekend waarin het college algemene bepalingen ten gunste van ouders heeft opgenomen.
5.1 Crisisplaatsing
Het komt voor dat kinderen om verschillende redenen uit huis geplaatst worden en niet meer in de gemeente woont. Dan vervalt de aanspraak op bekostiging door de gemeente. Het college ziet reden om in bepaalde gevallen de ouders toch – zij het beperkt - tegemoet te komen en acht het noodzakelijk om hier beleidsregels voor op te stellen. De volgende uitganspunten zijn leidend:
Onder crisisplaatsing verstaan we in deze beleidsregels een plotselinge uithuisplaatsing van een kind in een pleeggezin of gezinsvervangend tehuis. Deze plaatsing is van tijdelijke aard en heeft tot doel om de leerling zo snel mogelijk (bij voorkeur binnen 6 weken) terug te plaatsen in het ouderlijk huis dan wel in een andere definitieve huisvesting onder te brengen.
Leerlingen die vanwege een crisissituatie in het ouderlijk huis tijdelijk in de gemeente wonen, kunnen rekenen op tijdelijke steun van de gemeente wanneer de leerling al bekend is het in het leerlingenvervoer. Landelijk is echter gangbaar dat omwille van de rust voor de leerling de oude gemeente een vergoeding zal verstrekken naar de oorspronkelijke school voor de duur van maximaal 6 weken, indien de uithuisplaatsing onverwacht van de één op andere dag geschiedt. Gedurende deze periode wordt veelal duidelijk waar de leerling definitief gaat wonen. De gemeente zal in deze periode met de oude gemeente afspraken over de financiering van het vervoer van ‘hun’ leerling.
De verzorgers van de leerling dienen de periode van 6 weken te benutten, om bij een langduriger verblijf in de gemeente een andere school te zoeken. Als de leerling na het verstrijken van deze termijn in de gemeente blijft wonen, moet er een nieuwe aanvraag worden ingediend. Deze aanvraag wordt dan op dezelfde wijze beoordeeld, als de aanvragen van andere leerlingen uit de gemeente. De eventuele vergoeding zal gebaseerd worden op de kosten van het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school.
Indien een leerling uit de gemeente de ouderlijke woning tijdelijk verlaat in verband met een crisissituatie zal de gemeente, voor zover de leerling reeds bekend is het leerlingenvervoer op verzoek van de nieuwe tijdelijke gemeente het vervoer van deze leerling voor de periode van maximaal 6 weken blijven vergoeden naar de oorspronkelijke school.
5.2. Vervoer naar een opvangadres na schooltijd, in plaats van het woonadres
Leerlingenvervoer is uitsluitend bedoeld voor vervoer naar en van school. In bepaalde gevallen staat het college vervoer toe naar een opvangadres na schooltijd, anders dan het woonadres. Er valt in ieder geval wel onder: geregistreerde buitenschoolse opvang, geregistreerde gastouderopvang, opa of oma, buren. Vervoer van school naar een opvangadres na schooltijd is mogelijk als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
De leerling maakt gebruik van aangepast vervoer.
Er dient sprake te zijn van een vast patroon, dat wil zeggen één vast adres alsook op vaste dagen per week.
Een volwassene dient ter plekke aanwezig te zijn om de leerling op te vangen. De chauffeur moet de leerling aan de volwassene kunnen overdragen bij de taxibus. Het college draagt geen verantwoordelijkheid vanaf het moment dat de leerling de taxi(bus) heeft verlaten.
Het vervoer vindt plaats in aansluiting op de reguliere eindtijd van de school volgens de schoolgids.
Vervoer vanaf het opvangadres naar het thuisadres behoort in geen enkel geval tot de mogelijkheden.
Indien het vervoer naar het opvangadres leidt tot individueel vervoer of om andere redenen leidt tot hogere kosten dan het vervoer naar het woonadres, dan wel langere reistijd voor de overige leerlingen behoudt het college zich het recht voor het vervoer niet toe te staan.
5.3. (Overgangs)bepaling aangepast vervoer naar zelfstandig reizen
Naarmate kinderen ouder worden, groeit de mogelijkheid om zelfstandig met openbaar vervoer te reizen. Vanaf dat moment vervalt de voorziening. Immers, kinderen die zelfstandig kunnen reizen, kunnen geen aanspraak maken op het leerlingenvervoer. Ouders van wie de kinderen voorheen aangewezen waren op aangepast vervoer, kunnen dan echter voor hoge kosten komen te staan wanneer de geschikte school buiten de gebruikelijke regio is gelegen. Dit kan tot gevolg hebben dat ouders hun kind langer in het aangepast vervoer willen houden. Ook kan meespelen dat ouders nog onzeker zijn of zelfstandig reizen werkelijk lukt. Het stimuleren van hun kind zelfstandig te reizen kan een drempel worden als daardoor de vervoersvoorziening komt te vervallen en terugvallen tot opnieuw aanvragen leidt. Daarom worden de volgende stimulerende of compenserende maatregelen genomen:
Stimuleringsmaatregelen:
Zonder dat het leerlingenvervoer volledig wordt stopgezet kunnen ouders gebruik maken van een proefperiode van 6 maanden om zelfstandig reizen met OV te proberen.
Eventueel kan de GoOV app worden ingezet. De kosten hiervoor zijn voor de gemeente.
Als in de eerste 3 maanden blijkt dat zelfstandig reizen met bovenstaande hulpmiddelen niet mogelijk blijkt, kan worden teruggevallen op het aangepast vervoer. Dit moet duidelijk blijken, bijvoorbeeld uit teruglopende schoolprestaties, telkens te laat aankomen op school, enz.
Compenserende maatregelen:
De dichtstbijzijnde toegankelijke school is verder gelegen dan wat gebruikelijk is in de regio. De meeste scholen voor voortgezet onderwijs liggen binnen een grens van 15km. Wanneer de school verder dan 15km is gelegen, wordt 50% van de abonnementskosten vergoed.
5.4 Vervoer nieuwkomers / taalklas
Wanneer nieuwkomers met schoolgaande kinderen in de gemeente komen wonen, zijn ouders veelal nog niet bekend met het openbaar vervoer of het gebruik van een fiets. Voorlichting aan en begeleiding van ouders en/of leerlingen is gewenst.
Om ouders in de eerste periode van vestigen in de gemeente te ontlasten, past het college gedurende de eerste drie maanden een kilometergrens van 3 kilometer toe en kan het college aangepast vervoer toekennen. Gedurende deze drie maanden wordt van ouders verwacht dat zij de begeleiding in openbaar vervoer, per fiets of auto zelf kunnen regelen en zal:
de voorziening vervallen met in achtneming van de kilometergrens. Wanneer er sprake is van een minimumloon, wordt naar behoefte één tweedehands fiets toegekend van maximaal €150,00;
de voorziening, eveneens met inachtneming van de kilometergrens, wordt omgezet naar openbaar vervoer, waar nodig met begeleiding.
Artikel 5
- Hardheidsclausule (op basis van artikel 24)
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer