Als belanghebbende een inkomen heeft gelijk aan of lager dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt de boete bepaald aan de hand van lid at/m d van dit artikel. Dit geldt ook als de kostendelersnorm van toepassing is op de uitkering van belanghebbende. Als een belanghebbende een inkomen heeft hoger dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, is lid 6 van toepassing.
bij opzet bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 24 maal 10% van de ten tijde van het opleggen van de boete op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, naar beneden afgerond op een veelvoud van €10,–, tenzij het boetebedrag dan het benadelingsbedrag overschrijdt;
bij grove schuld bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 18 maal 10% van de ten tijde van het opleggen van de boete op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, naar beneden afgerond op een veelvoud van €10,–;
bij normale verwijtbaarheid bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 12 maal 10% van de ten tijde van het opleggen van de boete op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, naar beneden afgerond op een veelvoud van €10,–;
bij verminderde verwijtbaarheid bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 6 maal 10% van de ten tijde van het opleggen van de boete op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, naar beneden afgerond op een veelvoud van €10,–;
De hoogte van de boete wordt vastgesteld op basis van het inkomen van belanghebbende ten tijde van het opleggen van de boete. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete wordt het vermogen van belanghebbende buiten beschouwing gelaten. Bij de daadwerkelijke incasso van de boete en de terugvordering van de teveel ontvangen uitkering wordt het vermogen van belanghebbende wél in aanmerking genomen.
Als de belanghebbende ten tijde van het opleggen van de boete andere inkomsten heeft dan een uitkering en bekend is hoe hoog deze inkomsten zijn, dan wordt de hoogte van de boete vastgesteld door 90% van de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm in mindering te brengen op het netto inkomen. Daarbij wordt gekeken naar het gemiddelde netto inkomen van de afgelopen 3 maanden. Als geen inkomsten bekend zijn, dan gaat het college er vanuit dat belanghebbende op bijstandsniveau leeft.
Als de belanghebbende ten tijde van het opleggen van de boete een uitkering heeft op grond van de IOAW of de IOAZ, dan wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de bijstandsnorm die op belanghebbende van toepassing zou zijn indien belanghebbende een uitkering op grond van de Participatiewet zou ontvangen.
Artikel 6
Afstemming van de hoogte van de boete op de omstandigheden
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ Almere 2017