Onderstaande uitgangspunten gelden als binnen een bepaalde periode opnieuw een overtreding van de inlichtingenplicht geconstateerd wordt.
150% van het benadelingsbedrag wordt het uitgangspunt voor de bepaling van de hoogte van de boete, indien de belanghebbende herhaald de inlichtingenplicht niet of niet behoorlijk nakomt. Vervolgens wordt de boete afgestemd op de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden, zoals omschreven in de artikelen 4 en 6.
Van herhaald zoals genoemd onder a. is sprake indien de belanghebbende binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie opgelegd heeft gekregen wegens een eerdere schending van de inlichtingenplicht, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.
Als het benadelingsbedrag lager is dan € 150,-, maar belanghebbende heeft in de afgelopen twee jaar al een waarschuwing gekregen voor eenzelfde schending van de inlichtingenplicht, zal niet opnieuw een waarschuwing gegeven worden. Belanghebbende krijgt in dat geval een boete volgens lid 1 van dit artikel.
Artikel 7
Recidive
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ Almere 2017