De gemeenteraad van Zandvoort heeft op 16 februari 2010 de Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2010 vastgesteld. Hierin is artikel 2:78 opgenomen. Dit artikel heeft tot gevolg dat aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, een verbod kan worden opgelegd om zich te bevinden op in het verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de gedragingen hebben plaatsgehad. De burgemeester geeft de aanwijzing betreffende het gebied en de periode. Deze verboden staan bekend onder de naam ‘gebiedsontzeggingen’ of ‘gebiedsverboden’.
In dit beleidsstuk wordt aangegeven hoe de burgemeester van die bevoegdheid gebruik zal maken. Bij het opleggen van gebiedsontzeggingen wordt een onderscheid gemaakt tussen lichte en zware feiten. Van lichte feiten gaat in verhouding een geringere impact uit op de openbare orde dan van de zware feiten. Voor zware feiten geldt dan ook een langere gebiedsontzegging.
De in dit beleidsstuk gebruikte afkortingen zijn de volgende:
Apv: Algemene Plaatselijke Verordening;
Sr: Wetboek van Strafrecht;
WWM: Wet wapens en munitie.