Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › 2.13

Artikel 13.

Artikel 13.

Onderdeel van Treasurystatuut

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: De organisatie streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de organisatie kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt de kasgeldlimiet niet overschreden. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen, kredietlimiet op de rekening courant en onderling lenen. Bij onderlinge leningen tussen Dinkelland, Tubbergen en Noaberkracht (indien één van de organisaties overtollige liquiditeiten heeft) worden geen rente- en provisiekosten in rekening gebracht. De treasurer vraagt bij minimaal 3 instellingen offertes op alvorens middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan één jaar. Deze offertes worden door de treasurer schriftelijk vastgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel