Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › 2.14

Artikel 14.

Artikel 14.

Onderdeel van Treasurystatuut

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn schriftelijk vastgelegd. Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd (zie 2.15). Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: iedere transactie wordt door minimaal 2 functionarissen (zie 2.16) geautoriseerd (het “twee handtekeningen”principe); de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten en gecontroleerd door de functionaris die belast is met de controle. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie. Een interne controlefunctionaris voert controle uit op de handelingen van de treasurer.

Rechtspraak bij dit artikel