Op 1 januari 2007 zijn de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bg) in werking getreden. Het Besluit geluidhinder is een Algemene Maatregel van Bestuur, gebaseerd op de Wet geluidhinder. Hoofddoel van de gewijzigde wet is het vereenvoudigen van de geluidregelgeving en het decentraliseren van het geluidbeleid. Ook is de geluidmaat voor het (spoor)wegverkeer aangepast aan de Europese regelgeving, te weten Lden. Deze Lden wordt
weergegeven in de dosismaat d(B) 1 Voor industrielawaai is (voorlopig) om praktische redenende oude dosismaat Letmaal, uitgedrukt in dB(A) in stand gebleven.
Geluid en geluidhinder zijn ruimtelijk bepaald: de geluidbelasting neemt af naarmate de afstand toeneemt tussen de geluidbron en een geluidgevoelige object. Daarom heeft de wetgever gekozen voor het gebruik van geluidzones.
In de Wet geluidhinder is het principe van geluidzones aangewezen voor drie geluidbronnen: wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Deze zones waren al vastgelegd in de Wet geluidhinder en zijn met de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet geluidhinder niet veranderd. De Wet geluidhinder geldt alleen binnen deze zones.
Om geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) binnen deze zones te beschermen tegen blootstelling aan geluid, zijn in nieuwe en gewijzigde situaties verschillende geluidnormen gekoppeld aan elk van de geluidbronnen. Hierbij geldt een streefwaarde (de voorkeursgrenswaarde) en een grenswaarde (de maximaal toelaatbare geluidbelasting). De voorkeursgrenswaarde voor geluid wordt voor alle (nieuwe) situaties nagestreefd 2 Geluidgevoelige bestemmingen buiten de geluidzones zijn wettelijkniet beschermd. Het is dus theoretisch denkbaardat een woningbuiten een zone een hogere geluidbelasting van een weg ontvangtdan de maximaal geldende waarde. Toch wordt deze woning niet door de Wet geluidhinder beschermd..
Uit akoestisch onderzoek kan blijken dat ondanks te nemen maatregelen niet voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Dan kan ontheffing hiervan worden verleend, eventueel onder voorwaarden, zoals uitvoeringseisen. Bij inwilliging van een ontheffingsverzoek wordt de hogere waarde vastgesteld die noodzakelijk is om het project, eventueel na toepassing van maatregelen, uit te kunnen voeren. Deze nieuwe hogere waarde kan echter nooit meer zijn dan de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Het bevoegd gezag kan dus op zijn hoogst de maximaal toelaatbare geluidbelasting op de gevel van de geluidgevoelige bestemming toestaan.
Geluidsbron
Voorkeursgrenswaarde
Maximale ontheffingswaarde
Wegverkeer (binnenstedelijk)
48 dB
53 - 68 dB (afhankelijk van situatie) 3 De Wet geluidhinder geeft aan in welke gevallen welke maximaleontheffingswaarde geldt. Zo geldt op buitenstedelijke wegen een andere normering dan op binnenstedelijke wegen.
Wegverkeer - langs auto(snel)wegen (buitenstedelijk)
48 dB
53 – 58 dB (afhankelijk van situatie)
Railverkeer
55 dB
63 - 68 dB (afhankelijk van situatie)
Industrielawaai
50 dB(A)
55 – 65 dB(A) (afhankelijk van situatie)
De gewijzigde Wet geluidhinder wijst het college van burgemeester en wethouders aan om, op een enkele uitzondering na, de hogere waarde vast te stellen. Met andere woorden, het college verleent ontheffing van de verplichting om de voorkeursgrenswaarde in nieuwe (en gewijzigde) situaties te bereiken; vroeger lag deze bevoegdheid bij de provincie.
Omdat de Wet geluidhinder de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffingen bij de gemeente heeft gelegd, kan deze nu haar eigen beleid hiervoor vaststellen. Dit beleid is neergelegd in deze beleidsnotitie.
In het ontheffingenbeleid wordt beschreven welke afwegingen gemaakt worden bij het bepalen of en wanneer meer geluid op een woning wordt toegestaan dan wettelijk is vastgelegd.
Wanneer een nieuwe wijk wordt ontwikkeld kan bij het ontwerp al rekening worden gehouden met geluid. Midden in bestaande bebouwing zijn de randvoorwaarden echter al aanwezig (weg / verkeersintensiteit) en wordt het lastiger om het ‘stil’ te krijgen. Geluid betekent echter niet altijd geluidoverlast. Geluid hoort er tot op zekere hoogte bij en wordt binnen bepaalde grenzen ook algemeen geaccepteerd.
Door ontheffingenbeleid vast te stellen is duidelijk wanneer, waar gewenst en waar nodig, kan worden afgeweken van de voorkeursgrenswaarden tot op zijn hoogst de maximale ontheffingswaarde, zonder dat bij elke ontheffing een zeer uitgebreide motivering moet worden toegevoegd
Deze beleidsnotitie heeft betrekking op alle nieuwe en gewijzigde situaties, die verband houden met wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Dit geldt voor zowel nieuwe situaties (nieuwe woningen 4 In deze notitiewordt vaak nieuwe ‘woningen’ en ‘geluidgevoelige objecten’door elkaar gebruikt.Voor een goed begrip zie de definities in de BijlageIV waarin is uitgelegd wat onder geluidgevoelige objecten volgens de Wgh wordt verstaan;daar zijn woningen een onderdeel van en in de praktijk gaat het daar het meest om., nieuwe wegen, aanleggen van nieuwe industrieterreinen) als voor wijzigingen in bestaande situaties. Het provinciale ontheffingenbeleid (‘Ontheffingenbeleid Wet geluidhinder; Wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai’ (laatste versie van 10 februari 1998)) is hiervoor als richtsnoer genomen. Al vele jaren is dit beleid toegepast en heeft daarmee zijn waarde bewezen.
Door inhoudelijk aansluiting te zoeken bij het provinciale geluidbeleid wordt gestreefd naar een soepele overgang van de ‘oude’ naar de gewijzigde Wet geluidhinder.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1