Het Bredaas beleid voor het vaststellen van ontheffingen in het kader van de Wet geluidhinder is in deze notitie weergegeven.
In hoofdstuk 2 wordt kort ingegaan op het gemeentelijke geluidbeleid, zoals dat in verschillende beleidsnotities 5 ‘Milieuvisie 2015’, ‘Zichtop Bredaas geluid’. is vastgelegd. Centraal daarin staat het standpunt dat het aanvragen van een geluidontheffing als noodmaatregel gezien moet worden. Is een ontheffingsaanvraag aan de orde, dan zijn er ontheffingscriteria, waaraan getoetst moet worden wil een ontheffing verleend kunnen worden. Deze ontheffingscriteria bestaan uit twee soorten criteria, hoofdcriteria en subcriteria. De hoofdcriteria zijn voor alle lawaaisoorten gelijk en worden toegelicht in hoofdstuk 3. De subcriteria gelden per lawaaisoort en verschillen licht van elkaar; deze worden in de hoofdstukken 4, 5 en 6 behandeld. In deze hoofdstukken wordt concreet op de verschillende lawaaisoorten ingegaan evenals op de subcriteria die, naast de hoofdcriteria, bij het verlenen van ontheffing van belang zijn.
Wegverkeerslawaai komt aan de orde in hoofdstuk 4. De toepasbaarheid van de subcriteria om ontheffing te kunnen verkrijgen wordt daarin toegelicht. Een speciaal onderdeel van wegverkeerslawaai, namelijk reconstructie van wegen, wordt daar ook besproken.
Spoorweglawaai krijgt aandacht in hoofdstuk 5 voor zover het afwijkend is van wegverkeerslawaai. Hoofdstuk 6 gaat in op industrielawaai. Dit is wat uitgebreider dan de vorige hoofdstukken, omdat zich hier enkele bijzondere situaties voor kunnen doen die niet onbesproken mogen blijven.
Bijlage I geeft een stroomdiagram wanneer ontheffing verleend kan worden. In de bijlagen II en III is schematisch weergegeven hoe de koppeling van de ruimtelijke ordeningprocedures met die van de ontheffing Wet geluidhinder verloopt. In bijlage IV zijn de definities vermeld. In bijlage V zijn de ontheffingscriteria per lawaaisoort samenvattend vermeld. Tot slot is ter illustratie in bijlage VI een praktijkvoorbeeld uitgewerkt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2