Naar hoofdinhoud
In 2001 zag de ‘Bredase Milieuvisie 2015’ het licht. Hierin is als doelstelling voor 2015 ten aanzien van geluid vastgelegd: ‘Een dynamische contrastrijke stad met stille en schone plekken. Een schoner Breda zonder hinder en met voldoende rust. De geluid- en luchtkwaliteit is inzichtelijk, bekend en aanvaardbaar’. Ook is daarin aangegeven dat er over het algemeen te veel aandacht is voor de norm en te weinig voor de omgevingskwaliteit en de beleving daarvan. In ‘Zicht op Bredaas geluid’ is vervolgens de eerste stap gezet van het op te stellen gemeentelijk geluidbeleid, mede met het oog op het bereiken van de geformuleerde doelstellingen genoemd in de Milieuvisie. In deze nota, vastgesteld in maart 2003, is de voorkeursvolgorde geschetst van de aanpak van geluidknelpunten zoals dat wordt voorgestaan: eerst bronmaatregelen, vervolgens overdrachtsmaatregelen en als het niet anders kan, maatregelen bij de ontvanger. De reden van deze volgorde is gelegen in het verschil in effect en kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen. Zo hebben bronmaatregelen in een veel groter gebied een gunstig effect en zijn vaak ook veel duurzamer en beter te beheren dan maatregelen bij een geluidgevoelig object; overdrachtsmaatregelen zitten hier tussenin. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarden moet dus altijd eerst gezocht worden naar bron- en/of overdrachtsmaatregelen om de overschrijding ongedaan te maken; aanpassingen bij het geluidgevoelige object worden beschouwd als noodmaatregelen. Pas als deze mogelijkheden zijn uitgeput of redelijkerwijze niet (zie hoofdstuk 3) of niet afdoende haalbaar zijn, kan een beroep worden gedaan op de mogelijkheid van het verlenen van ontheffing van de voorkeursgrenswaarde. Dit kan dus nooit een eerste keus zijn voor het opheffen van een geluidknelpunt.

Rechtspraak bij dit artikel